Col de Bassachaux - Refuge de la Golèse
maandag 7 augustus 2019
Afstand (tijd) 7 uur
Stijging / Daling 0m / 0m
Verhard / Onverhard 30% / 70%
Landschap
Weer 26° 3 Bft

Vanaf Col de Bassachaux naar Samoëns is te ver voor één dag, maar het kan niet moeilijk zijn om dit stuk in tweeën te splitsen aangezien er maar liefst 5 overnachtingsmogelijkheden zijn onderweg. Dat zou je zeggen tenminste. Maar toch kost het wat moeite om het te regelen. Onze eerste keus voor een gelijkmatige verdeling in 2 dagen is Refuge la Chardonnière, maar die is volgeboekt. Dan Chalet des Mines d'Or, wel iets verder van de GR5 af, maar ook volgeboekt. Optie nummer 3 is Le Lapisa maar zij nemen simpelweg de telefoon niet op.....en toen waren er nog maar 2 opties over: Refuge de Chésery, wat maar een uurtje lopen is vanaf Rochassons and dus eigenlijk te dichtbij, of Refuge de la Golèse die op zo'n 2-2.5 uur voor Samoëns ligt. Een beetje ver maar toch de beste optie van de 2 en dus proberen we het. En ja hoor.....bijna tot mijn verbazing hebben ze nog plaats en zelfs nog een kamer ipv een stapelbed in een slaapzaak. Dus...ja, graag!
Het wordt dus een lange tocht en aangezien de eerste skilift naar Rochassons pas om half 10 gaat wordt het bovendien niet de vroege start die we graag hadden gehad. Maar goed, we nemen de shuttlebus naar Pré la Joux en dan de 2 skiliften omhoog naar Rochassons vanwaar we afdalen naar de GR5. Het is redelijk vlak om mee te beginnen richting Col de Chésery waar we de grens oversteken Zwitserland in. Na de pas gaat het maar nauwelijk omlaag naar Lac Vert waar we de eerste hut passeren: Refuge de la Chésery. Hier houden we ook de eerste stop om wat te eten. Vanaf hier moeten we omhoog naar Col de Portes de l'Hiver aan de andere kant van het meertje en we kunnen daar langs beide zijden van het meertje komen. De officiële route is langs de zuidkant over een pad. Helaas zijn daar flink veel mensen inclusief enkele grote groepen. Het alternatief is de gravel serviceweg langs de noordkant van het meertje, dat weggetje is eigenlijk bedoelt voor mountainbikes. Maar er zijn niet zoveel mountainbikes en het is breed genoeg voor 2 auto's dus breed genoeg om te delen. We kijken nog eens naar het pad en alle mensen daar en besluiten de serviceweg te nemen.
De klim is niet zwaar of moeilijk and al snel zijn we boven op 2096 meter, het hoogste punt van de GR5 tot nu toe. De gravelweg loopt door aan de andere kant en gaat de vallei in, maar wij moeten kort na het hoogste punt rechtsaf een meer landelijk karrespoor op. Hier zijn dan wel weer behoorlijk wat mountainbikers maar zolang ze netjes bellen zoals ze doen is er op het brede pad geen probleem. We dalen helemaal af naar Chaupalin wat een restaurant blijkt te zijn, iets wat we niet wisten. Om het hek over te kunnen klimmen om op het asfaltweggetje te komen moeten we nog wat koeien wegjagen want op één of andere manier staan die altijd bij het enige hekje om ergens langs over overheen te komen. Aan de andere kant van het hek staat een jong Zwitsers stel en we aken een praatje. Ze lopen in de tegenovergestelde richting, maar alleen een dagtocht. Onze wegen scheiden weer en we beginnen aan een lang lekker relaxt stuk over een heel smal asfaltweggetje naar Le Lapisa. Het uitzicht over de vallei van Champéry naar links met de hoge Dents du Midi met gletscher is geweldig.
We passeren Le Lapisa (en we weten nog steeds niet waarom ze de telefoon niet opnamen, maar we zijn niet in de stemming om dat nu te gaan vragen) en verlaten het asfalt. Over een smal pad dalen alles bij elkaar zo'n 100m voordat we weer op het asfaltweggetje komen: het weggetje maakt gewoon een hele grote lus die wij net afgesneden hebben. We kunnen recht vooruit al Col de Coux zien, het ziet er erg hoog uit en daar moeten we overheen. We passeren de boerderij La Poya en waar het asfaltweggetje naar links draait om verder het dal in te gaan moeten wij nu rechtdoor over een oud karrespoor omhoog. We hadden al besloten het rustig aan te doen aangezien we de berghelling hoog boven ons uit zien en ook het kleine huisje dat op de pas staat. Uiteindelijk is het niet zo'n slechte klim; erg regelmatig en het blijft een wijd spoor in redelijk goede staat. En dus bereiken we Col de Coux makkelijker dan we dachten. Er is niet veel ruimte om te zitten daarboven en dus gaan we maar meteen door naar beneden. Ah, en bij het passeren van Col de Coux zijn we ook weer terug in Frankrijk.
De afdaling is als de klim: een behoorlijk breed gravelweggetje, haast een serviceweg. Gewoon naar beneden. We passeren de zijweg naar Chalet des Mines d'Or en met een paar haarspeldbochten komen we aan bij indrukwekkend klein stroompje: Torrent de Chardonnière. Het dendert van de berg af and als we kijken naar de enorme rotsblokken die er liggen dan kent het stroompje duidelijk dagen dat je beter niet in de buurt kan zijn. We steken het over en verlaten daarmee ook het gravelweggetje en we zijn weer op een pad. Op het laagste punt van het pad splitst het waarbij het pad naar rechts nog 5 minuten naar Refuge de Chardonnière is, die helaas ook vol was.
We gaan rustig omhoog langs een grassige helling en vervolgens weer het bos in. We beginnen zonder energie te raken en dus gaat het klimmen maar heel langzaam. Maar gelukkig is het niet steil. Dit verandert als we de bosweg bereiken. Linksaf slaand gaat deze bosweg behoorlijk steil omhoog en ook het bos weer uit waardoor we weer in de zon lopen. We kunnen al zien waar Col de la Golèse ligt en het lijkt zo dichtbij maar is toch nog behoorlijk lang lopen. Maar uiteindelijk na de laatste bocht naar links wordt het vlakker. De hut is wat verborgen om de hoek aan de linkerkant maar we zijn erg blij dat we er zijn. Onze reservering staat nog genoteerd, maar er is wel een tegenvaller: de douche doet het niet meer. En dus moeten we een uur in de rij zitten om ons bij een wasbak af te kunnen sponzen om in ieder geval min of meer schoon te zijn. Niet leuk, maar daarna is het etenstijd en is het allemaal weer vergeten.